UB4M home

Persoonlijke Acculturatie Scan (PAS)

 rainbow_klein.bmp

 

Wanneer in een samenleving allochtonen en autochtonen langdurig met elkaar in contact komen ontstaan er processen van wederzijdse beïnvloeding. Dit proces wordt aangeduid met de term acculturatie. Het begrip verwijst naar een proces van verandering in culturele oriëntatie als gevolg van (al of niet langdurig en/of voortdurend) cultuurcontact tussen etnische groepen. Acculturatie is dus een interactief proces, waarbij zowel allochtonen als autochtonen een belangrijke rol spelen. Veranderingen in culturele oriëntatie kunnen in principe bij beide culturele groepen plaatsvinden, maar de grootste veranderingen in cultuurpatronen treden meestal op bij de allochtone, niet-dominante groep (Arends-Tóth; Van de Vijver).

Onderzoek naar de acculturatie bij allochtonen is niet alleen van belang om individuele culturele verschillen in kaart te brengen, maar ook omdat acculturatie in verband kan worden gebracht met andere belangrijke variabelen, zoals opleidings- en arbeidsparticipatie, welbevinden en gezondheid, etc.  

Om inzicht te verkrijgen in het acculturatieproces wordt in de PAS een aantal belangrijke aspecten gewogen:

De acculturatie Index. Deze wordt  berekend uit speciaal geselecteerde itemscores en refereert in hoeverre het acculturatieproces al of niet heeft plaatsgevonden.

2.      Oriëntatie Oorspong Cultuur heeft betrekking op de mate waarin allochtonen hun eigen cultuur of kenmerken van deze cultuur wensen te behouden.

3.      Oriëntatie Nederlandse cultuur meet de mate waarin cultuur of kenmerken van de cultuur van de dominante (autochtone) groep wenst of  overnemen.

4.      Ervaren achterstelling geeft aan in hoeverre de allochtoon zich indirect dan wel direct voelt achtergesteld en/of gediscrimineerd.  Zo blijkt uit onderzoek bijvoorbeeld dat werkloosheid onder allochtonen voor een belangrijk deel verklaard kan worden door indirecte (en wellicht ook vaak onbedoelde) discriminatie van allochtonen bij sollicitatie, werving en selectie.  Succes op de Nederlandse arbeidsmarkt en integratie kan tevens worden belemmerd door enerzijds een beperkte oriëntatie op de Nederlandse cultuur en samenleving en anderzijds het gevoel te hebben dat Nederlanders te weinig aandacht hebben voor de allochtone culturele achtergrond. Deficiënties in spreken en/of schrijven dan wel begrijpen van de Nederlandse taal, beperkte kennis van de werking van de arbeidsmarkt en van bepaalde instanties, spelen ook een interfererende rol bij het ervaren van achterstelling en/of discriminatie.

5.      Integratie Cultuurbehoud en Integratie worden in de door UB4M ontwikkelde PAS niet als elkaar uitsluitende factoren beschouwd, maar als onafhankelijke dimensies, waaraan allochtonen wel of geen waarde kunnen hechten (Zak, 1973). De veronderstelling hierbij is dat twee voornoemde factoren onafhankelijk van elkaar kunnen zijn.  Hoe wenselijk of onwenselijk iemand het vindt om zijn of haar oorsprongcultuur te behouden, staat dus in principe los van de vraag in hoeverre deze persoon zich wenst aan te passen aan of te integreren in de dominante cultuur. Een positief integratieproces komt onder meer tot uiting in een zekere beheersing van de taal en in contacten met autochtone Nederlanders (Goedhart, 2007/2010).

 

pas_voorbeeld.png 

 

All copyrights Persoonlijke Acculturatie Scan  © UB4M 2007/ 2010 | PAS Proudly developed by UB4M