UB4M home

Onderzoek Missie Beleving

thuisfrontzorg_nieuw.jpg

 

 

Achtergrond onderzoek >>> www.thuisfrontzorg.nl

Buitenlandse missies blijken hun sporen na te laten bij de uitgezonden militairen. Wetenschappelijk onderzoek in tal van landen heeft aangetoond dat deze veteranen een aanmerkelijk grotere kans hebben op veelal chronische, psychische problemen zoals Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS), depressiviteit en gebruik van verslavende middelen. Ook is een verhoogde kans aangetoond op lichamelijke aandoeningen, zoals astma, hoge bloeddruk, eczeem en artritis. Dat geldt in het bijzonder voor  veteranen die in oorlogszones opereerden waarbij ze waren blootgesteld aan uiteenlopende risico’s en voor veteranen die zich tijdens de missie ernstige zorgen maakten over verwondingen en levensbedreigende situaties. Maar het risico op psychische en/of fysieke problemen is ook afhankelijk van posttraumatische factoren en omstandigheden, met name van (ervaren) sociale steun. Een stabiele thuissituatie en het bijhouden van sociale contacten is van groot belang gebleken voor de gezondheid van de militair zelf, maar evenzo voor de gezondheid van het thuisfront. Immers, ook voor het thuisfront is het dagelijks leven niet altijd gemakkelijk. Zo kampen zij bijvoorbeeld evenzeer met slapeloze nachten, prikkelbaarheid, woedeaanvallen, gevoel van machteloosheid en eenzaamheid.

Een noodzakelijke voorwaarde voor het verwerven van sociale steun, is dat de veteranen over hun ervaringen en zorgen kunnen praten en dat familieleden er naar vragen. Maar dat is veelal niet eenvoudig. Vaak is er een  ‘don’t ask; don’t tell’ klimaat dat moeilijk te doorbreken is. Dat komt deels door het stigma dat aan psychische problemen kleeft. Psychische problemen worden vaak als een teken van zwakte of tekortschieten ervaren (terwijl het iets is wat iedereen kan overkomen). Daar komt bij dat ontkenning van problemen, juist bij PTSS, depressie en vooral bij gebruik van verslavende middelen voorkomt.

Voor hulpverleners is het vaak minder moeilijk om het ‘niet-vragen-en-niet-vertellen’ klimaat te doorbreken.  Een huisarts zal er bijvoorbeeld met meer succes over kunnen beginnen dan een familielid, maar het blijft een hele stap voor de betrokkenen om naar een hulpverlener toe te gaan. Het blijkt dat een anonieme hulpverlener het gemakkelijkst toegang krijgt (denk bijvoorbeeld aan de soms heel persoonlijke verhalen die aan onbekenden worden verteld). Zo is er bijvoorbeeld voor mensen met PTSS internettherapie ontwikkeld die, juist door het min of meer ‘onpersoonlijke’ contact, vaak goed blijkt aan te slaan. Het lijkt dan ook zinvol om er naar te streven om via een internetcontact het praten over (traumatische) ervaringen en (huidige) problemen op gang te brengen.

Doel van het project

Dit project heeft tot doel om (1) het ‘vragen-en-praten’ te bevorderen en (2) te stimuleren dat hulp wordt gezocht als de problemen ernstig lijken te zijn. Een belangrijke eerste stap om het ‘niet-vragen-en-niet-praten’ te doorbreken is dat de veteraan zelf zijn/haar ervaringen enigszins ordent en eventuele fysieke, psychische en sociaal-maatschappelijke problemen en zorgen in kaart brengt, evenals de zaken die wel goed gaan. In dit project wordt via het anonieme en onpersoonlijke internet aan de veteraan een scan voorgelegd waarin naar alle relevante aspecten van missie-ervaringen, huidige gezondheid en levenssituatie wordt gevraagd. Het invullen van een scan (Missie Beleving Scan) is op zich al een nuttig hulpmiddel, het wordt bovendien afgesloten met een beknopte rapportage. Bovendien krijgt ook de partner of een nabijstaand familielid de gelegenheid om via een scan (Thuis Front Profiel) zijn/haar kennis over de missie-ervaringen en huidige toestand van hun geliefde, alsmede over de huidige gezondheidstoestand van henzelf op een rij te zetten. Ook daarvan wordt een beknopt, grafisch verslag aangeboden. 

Indien de scan uitwijst dat de problemen van veteraan en/of diens partner relatief ernstig zijn, dan wordt bovendien gestimuleerd om contact op te nemen met de betreffende instanties. Via e-mailsessies kan daar meer informatie over worden gegeven en kunnen eventuele andere mogelijkheden worden besproken. Deze stimulans om hulp te zoeken is van belang, gegeven de organisatie van de huidige zorg binnen defensie.

Iedere eenheid heeft als verantwoordelijkheid zorg te dragen voor het militaire personeel. Maar ook zorg voor het thuisfront is één van de taken en die is vooral belangrijk bij uitzendingen. Het Diensten Centrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DC BMW) van het Commando Diensten Centra (CDC) van Defensie heeft als specifieke taak te zorgen voor het thuisfront rondom uitzending. Zij houden zich onder meer bezig met berichtgeving aan relaties, conflictbemiddeling, organiseren van thuisfrontdagen, schuldhulpverlening, opvoedkundige problemen van kinderen, etc.

De verschillende vormen van individuele ondersteuning die binnen de krijgsmacht worden geboden, zijn echter voornamelijk facilitair van karakter. Het wordt veelal aan de betrokkenen zelf overgelaten om daar gebruik van te maken. Dat kan heel goed werken, maar soms hebben mensen een zetje nodig om er gebruik van te maken.

Werkwijze

Een nader te omschrijven steekproef van 100 militairen worden door de eigen vakbond of andere organisaties uitgenodigd om onder gegarandeerde anonimiteit de vragen over missiebeleving en huidige fysieke, psychische en sociaal-maatschappelijke gezondheidstoestand te beantwoorden via het internet. Bovendien wordt de gelegenheid geboden om ook een partner, geheel anoniem, vragen over zijn/haar ervaringen en gezondheid te beantwoorden. In de brief wordt ook aangegeven dat ze een duidelijke beschrijving van de resultaten krijgen, alsmede de mogelijkheid om via internet te overleggen met een psycholoog om informatie in te winnen over mogelijke hulp.

In de brief zit een gesloten envelop met de door het Goedhart Instituut opgegeven toegangscode. UB4M levert 100 gesloten enveloppen, waardoor de verwijzende instantie niet weet wie welke code heeft en UB4M niet weet naar welke persoon de codes zijn gegaan. Bovendien zit in de brief een vragenlijst waarin gevraagd wordt of men wel of niet de Missie Beleving Scan invult, of een partner of familielid de Thuis Front Profiel Scan invult en welke reden(en) de veteraan dan wel partner of familielid heeft om wel of niet mee te doen.

Naar schatting zal 40-60% willen deelnemen en van de deelnemers zal opnieuw 40-60% van de partners/verwanten eveneens deelnemen. Het aantal ingevulde scan zal tussen 60 en 100 liggen. Ongeveer 20% zal naar verwachting gebruik maken van de mogelijkheid om geheel anoniem, met dezelfde toegangscodes, met een psycholoog te overleggen.

Drie maanden na de uitnodiging krijgen alle veteranen die opgaven dat zij wilden deelnemen van hun eigen   aanmeldende organisatie een vragenlijst toegestuurd waarin gevraagd wordt naar hun ervaringen en waardering voor dit pilotproject. De gegevens worden verwerkt door het Goedhart Instituut tot een eindrapportage die uiterlijk zes maanden na de eerste uitnodiging aan de deelnemende organisaties zal worden aangeboden.

Doorlooptijd

Doorlooptijd van het pilotproject is als volgt gepland: Startdatum is gesteld op 24 oktober 2008 en de einddatum is bepaald op 20 januari 2009. Afsluiting/verantwoording De officiële afsluiting van de pilotstudy zal middels een presentatie plaatsvinden op 20 april of zoveel eerder als mogelijk blijkt. Participatie in het project Participatie door verwijzende organisaties of instanties aan dit project is op verschillende manieren mogelijk, te weten:

  •  In natura, hetgeen betekent dat er geen financiële steun wordt gegeven maar hulp in de vorm van   goederen en/of diensten. 
  • Geldelijke bijdrage     
  • Geheel of gedeeltelijke geldelijke bijdrage aan het project al dan niet in combinatie met natura.
  • Sociaal-maatschappelijke deelname, bijvoorbeeld door (semi-)overheden bedrijven, (publiekrechtelijke) instellingen, non-profitorganisaties, etc.    
  • Zitting nemen in de te vormen stuurgroep (participatiedenken)

 

Profijt participant

Iedere  participant krijgt de beschikking over onderzoeksrapportages, verslagen van het project, e.d. die relevant zijn voor haar beleid die zij, onder voorwaarde van bronvermelding, vrijelijk mag gebruiken. Op alle onderzoeken, onderzoeksresultaten, presentaties, bijeenkomsten zal de naam van  iedere participant worden vermeld, steeds met kenmerkend logo (‘…..dit project/onderzoek wordt (of werd) mede mogelijk gemaakt door ……….). Dit geldt eveneens voor presentaties voor, en contacten met andere organisaties, instituties en overheidsinstellingen.

Copyrights

Om reden dat alle onderzoeks- en begeleidingsmethodieken en technieken met bijbehorende protocollen  reeds zijn ontwikkeld, zijn en blijven alle copyrights en auteursrechten onvoorwaardelijk en onvervreemdbaar eigendom van TFZ en het  Goedhart Instituut. Hetzelfde geldt voor alle gegevens die voortkomen uit deze pilotstudy en/of aanverwant onderzoek. 

Stuurgroep

Het is wenselijk dat er een stuurgroep vanuit de participanten wordt samengesteld, waarmee overlegd kan worden over alle onderdelen van het project dwz. vanaf het versturen van de introductiebrief tot en met de eindrapportage.

Privacy

Omdat het hier gaat om privacygevoelige gegevens, is het van belang te melden dat alleen betrokkenen toegang hebben tot het geautomatiseerde testmateriaal. De persoonlijke data worden door TFZ zorgvuldig behandeld conform de Wet Persoonsregistratie. Voorts geldt dat met betrekking tot de verwerking van de onderzoeksresultaten ten behoeve van het individuele profiel, populatie- en/of wetenschappelijk onderzoek, volledige anonimiteit is gewaarborgd en uitsluitend met de individuele onderzoekdeelnemers worden gedeeld.

Verklaring

TFZ respecteert de privacy van de deelnemers en onderkent dat zij de persoonlijke gegevens, voorzover die bij TFZ bekend zijn, moet beschermen. Persoonlijke informatie is alle informatie die is verbonden met de naam van de deelnemer. TFZ verkrijgt de naam en informatie uit een onderzoek dat op verzoek of in opdracht van de deelnemer wordt uitgevoerd.

Voorschakelonderzoek

Om militairen/veteranen en partners of naastverwanten ondersteuning te bieden, heeft het Goedhart Instituut in samenwerking met United Brains for Management (UB4M), het initiatief genomen om een programma met psycho-educatie en relatiezorg te ontwikkelen. De in deze pilotstudy in te zetten Missie Beleving Scan en het Thuis Front Profiel zijn uiteindelijk bedoeld als voorschakelonderzoek ten behoeve van de later te implementeren LOGE en Duozorg trajecten.

 

Contacten Pilotstudy

  •  Wetenschappelijke verantwoording pilotstudy: Dr. Arnold Goedhart (Hoofd UB4M Research /  KOC)
  •  TFZ / Duo zorg begeleiding: Drs. Thea Maaskant en Drs. Liesbeth van Tongeren 
  •  Projectadviseur: Lt. gen. b.d. Ruurd Reitsma 
  •  Algemeen Tel: 035 646 99 59